Zoeken

Fact Check – De zin en onzin van koolhydraatarme diëten



De afgelopen jaren heeft de low-carb trend zich een stevige weg gebaand in de retoriek rond ‘gezonde’ voeding. Low-carb opties op menukaarten, reclame voor fitness- en dieetvoeding en populaire dieetgoeroe’s versterken het idee dat koolhydraten best slechts een beperkte plaats krijgen toebedeeld in ons voedingspatroon. De low-carb trend uit zich in verschillende vormen.


(Wie graag eerst wat meer informatie krijgt over koolhydraten - Wat zijn ze? Welke zijn de verschillende soorten? En wat is hun functie? - kan hier terecht)






Bij een koolhydraatarm dieet wordt de inname van koolhydraten sterk verminderd. Het dieet wordt door sommige artsen aangeraden bij patiënten met Diabetes type 2. Er zijn namelijk studies die uitwijzen dat het bijdraagt tot een positief effect op de bloedsuikerspiegel, bloeddruk en cholesterol. Belangrijke toevoeging hierbij is dat er in deze aanbevelingen steeds wordt gekeken naar de kwaliteit van de koolhydraatbronnen, en dat vooral de enkelvoudige koolhydraten worden beperkt. Het gaat dus nooit om het beperken van koolhydraten in het algemeen. Bovendien gebeurt dit steeds onder strikte begeleiding van een arts/diëtist.

Een tweede reden waarom men soms voor een koolhydraatarm dieet kiest, is om gewicht te verliezen. De werking hiervan als vermageringsdieet is -zoals bij alle diëten- gebaseerd op een verminderde calorie-inname. Het zal dus enkel werken indien je in totaal minder calorieën inneemt dan bij de normale voeding. Het hongergevoel zou op drie wijzen onderdrukt worden: (1) het hogere aandeel eiwitten zorgt voor een langer verzadigingsgevoel (2) je lichaam gaat in ‘ketose’ (het schakelt over op vetverbranding), wat gepaard gaat met een versterking van de verzadigingshormonen en (3) enkelvoudige suikers bevorderen het hongergevoel, dus door deze te schrappen vermindert ook de eetlust.

Veel mensen beginnen zonder professionele begeleiding aan zo’n dieet, waardoor het moeilijk vol te houden is en de verloren kilo’s er gauw weer bijkomen van zodra je terug overschakelt op je oude eetpatroon. Bovendien kan het -als je niet voorzichtig bent- leiden tot spierafbraak, aangezien koolhydraten instaan voor de hormonen die spieraanmaak bevorderen. Het is dus verkeerd om er zo maar van uit te gaan dat een verhoogde eiwitinname spierafbraak zal tegengaan. Bovendien kan er een tekort aan een aantal vitaminen en mineralen optreden die voornamelijk terug te vinden zijn in koolhydraatrijke voeding, zoals foliumzuur, vitamine C, ijzer en magnesium. Door de hogere vet- en eiwitinname kan het ook een negatieve impact hebben op je nieren en hart- en bloedvaten.


Een combinatiedieet is gebaseerd op de veronderstelling dat de verschillende enzymen die je nodig hebt om koolhydraten, vetten en eiwitten te verteren elkaar tegenwerken. Je moet dus bepaalde voedingsgroepen zoals koolhydraten en eiwitten gescheiden houden. Dit is gebaseerd op zeer gebrekkig wetenschappelijk onderzoek, aangezien de vertering van de verschillende voedingsgroepen gescheiden verlopen in je lichaam, elk met behulp van z’n eigen enzymen. Ook zou fruit na je maaltijd zorgen voor gisting en zelfs rotting in je maag. Gisting is echter volkomen normaal, en enkel indien je darmflora verstoord is (door ziekte, stress of te eenzijdige voeding) kan dit spijsverteringsproblemen veroorzaken. Buiten het feit dat het dieet gebaseerd is op een verkeerde interpretatie van de spijsverteringsfysiologie, is het ook erg onpraktisch: voedingsmiddelen bevatten vaak een combinatie van eiwitten, vetten en koolhydraten, waardoor het lijstje van wat je mag eten wel zeer beperkt wordt. Het wordt je dus erg moeilijk gemaakt om veelzijdig en gevarieerd te eten, wat tot belangrijke voedingstekorten kan leiden.




Bij het paleo-dieet gaat men er van uit dat we best allemaal terug eten zoals onze voorouders, de oermensen. Het focust op puur en onbewerkt eten -so far, so good-, maar op een erg ver doorgedreven manier: enkel vlees, vis, eieren, groenten, fruit, natuurlijke olie, noten en zaden zijn toegestaan. De theoretische aanbevelingen komen neer op 18 En% eiwitten, 59 En% vetten en slechts 20 En% koolhydraten. Nog even ter opfrissing: de algemene richtlijnen van het WHO zijn 15 En% eiwitten, 30 En% vetten en 55 En% koolhydraten. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen verzadigde- en onverzadigde vetten en de vleesconsumptie is onbeperkt, waardoor je heel snel aan een te hoge inname van verzadigde vetzuren zit (om nog maar te zwijgen van de impact op het klimaat…). Granen, aardappelen en peulvruchten zijn strikt verboden. Alle melk- en met calcium verrijkte plantaardige initiatieven zijn uit den boze, waardoor je snel een calciumtekort kan opbouwen. Al deze aanbevelingen worden gemaakt vanuit de veronderstelling dat ons metabolisme beter is aangepast aan het voedingspatroon van de prehistorische mens. Daar is echter geen wetenschappelijk bewijs voor. In tegendeel: recent onderzoek (Tito et al., 2015) wijst uit dat onze darmflora intussen geëvolueerd is en zelfs niet meer uitgerust is voor een prehistorisch voedingspatroon.

Het ketogeen dieet (kortweg keto-dieet) focust op een hoge inname van vetten, een zeer lage inname van koolhydraten en een licht verhoogde eiwitinname. Je lichaam heeft dus onvoldoende glucose ter beschikking om als brandstof te gebruiken. De lever zal de vetten en eiwitten (en de reserves uit spier-en vetweefsels) gebruiken om ketonen aan te maken, deze dienen dan als brandstof voor ons lichaam. Het werd in de jaren 20 van de vorige eeuw gebruikt bij epilepsiepatiënten, aangezien de aangemaakte ketonen in de hersenen voor anti-epileptische eigenschappen zorgen. Men merkte bij vele patiënten een gewichtsverlies op, waardoor dit nadien gretig werd opgepikt en vermarkt als het ultieme voedingspat